In Israël heet het geen Hebreeuws maar Ivriet.
Hebreeuws is de taal van Bijbel en dat werd gesproken in Israël totdat het Joodse volk in de eerste eeuw n.Chr. in de verstrooiing is uitgewaaierd over heel de wereld. De Galoet heet dat in het Ivriet, bekend in de geschiedenis als de Diaspora. Daarmee is de oude Hebreeuwse taal als gebruikstaal verloren gegaan. Het werd alleen
nog als liturgische taal gebruikt, dat wil zeggen in de gebeden en gezangen. In midden Europa spraken de Joden onderling Jiddisch. In zuid Europa sprak men onderling Ladino.
Gelukkig
is het Bijbels Hebreeuws veilig gesteld in de eeuwen die op de diaspora volgden. De Masoreten, Joodse taalgeleerden, hebben van de 7e tot 11e eeuw n.Chr. de oude taal voorzien van leestekens om de uitspraak te behouden.
Eind negentiende eeuw krijgt een jonge man een roeping, zijn naam is Eliëzer Perlman. Geboren in de Wit Russische plaats Luzhky, wordt hij opgevoed in een
Joods Orthodox gezin. Zijn hoge intelligentie maakt hem nieuwsgierig. Deze nieuwsgierigheid brengt hem uiteindelijk tot de liefde voor de Hebreeuwse taal wanneer hij het verhaal van Robinson Crusoe in het Hebreeuws in handen krijgt. Overtuigd dat er voor het
Joodse volk pas toekomst bestaat in een land waar ze thuis horen, wanneer Hebreeuws weer de spreektaal wordt, gaat hij in Parijs studeren. Ondanks een hele zwakke gezondheid door TBC blijkt hij in staat de interesse te wekken voor het Hebreeuws bij financiers
en geeft hij een nieuwsbrief uit. Langzaam gaat er een vuurtje branden, maar dat vuur lijkt niet te blijven branden als Eliëzer niet zijn hele leven zou geven om die oude liturgische taal weer op de kaart te zetten.
Daarvoor moet Eliëzer uiteindelijk naar het Beloofde Land verhuizen. Ondertussen trouwt hij de vrouw van zijn jeugd. Levend in armoede in het land van zijn dromen geeft hij zijn Russische paspoort op en begint hij
onder een nieuwe naam, Eliëzer Ben Jehoeda. Dit met de roeping om het Hebreeuws tot leven te roepen. De Bijbel en vele oude boeken zijn het referentiekader waaruit hij moet werken. Hij geeft uiteindelijk
een woordenboek uit, maar niet zonder dat eerst de taal in de straten en in de Kibbutsim van Israël wordt gesproken.
Na een leven van armoede en tegenstand, zoals iedere Bijbelse
profeet, is er een taal herboren: Ivriet, het hedendaags Hebreeuws. Nooit in de geschiedenis heeft een volk de vervolgingen overleeft die Israël heeft overleeft(God de eer), nooit is het voorgekomen dat een volk meerdere keren uit haar land is verdreven,
verstrooid over heel de wereld, en na duizenden jaren toch weer als volk thuis kan zijn. Nooit kwam het voor dat een dode taal weer levend kon worden. Wetenschappelijk onmogelijk, dus moet een mens wel erg dom zijn om hierin niet de hand van de God van de
Bijbel te zien.
Voor wie het hele levensverhaal van Eliëzer wil lezen beveel ik het boek "Profetenmond" aan van Rober
St. John.
Johan de Ridder